/home/kneeclin/tmp/

De Knie

De knie (figuur 1) is een scharniergewricht bestaande uit twee botdelen; het scheenbeen en het dijbeen. De uiteinden zijn bedekt met een laagje kraakbeen. Deze laag is elastisch en vangt schokken en stoten op, zodat de knie in staat is soepel te bewegen.

knie1Aan de binnen- en buitenzijde van de knie zit een meniscus en fungeert als een soort stootkussen. Midden in het kniegewricht ligt de voorste kruisband. Deze voorkomt dat het onderbeen tijdens het lopen en het maken van draaibewegingen naar voren schiet.

Knie
Om uw knieprobleem beter te begrijpen is het van belang dat u het functioneren van het kniegewricht begrijpt. Schade of slijtage aan een deel van de knie kan een negatieve invloed hebben op de lichaamsbeweging en daardoor zelfs uw lichaamsgewicht beïnvloeden. Deze schade of slijtage kan optreden aan de botten, de spieren, het kraakbeen of de gewrichtsbanden.

Het kniegewricht (figuur 2) is dus gelegen op de verbinding tussen het dijbeen (femur) en het scheenbeen (tibia). Beiden zijn aan elkaar verbonden met diverse kruisbanden. De knieschijf (patella) bevindt zich aan de voorzijde van het kniegewricht. Het gewricht bestaat uit 3 onderdelen:

– het mediale compartiment, de binnenste helft van de knie (1)
– het laterale compartiment, de buitenste helft van de knie (2)
– het patellofemorale compartiment, het deel achter de knieschijf (3)

Om uw knieprobleem beter te begrijpen is het van belang dat u het functioneren van het kniegewricht begrijpt. Schade of slijtage aan een deel van de knie kan een negatieve invloed hebben op de lichaamsbeweging en daardoor zelfs uw lichaamsgewicht beïnvloeden. Deze schade of slijtage kan optreden aan de botten, de spieren, het kraakbeen of de gewrichtsbanden.

Het kniegewricht (figuur 2) is dus gelegen op de verbinding tussen het dijbeen (femur) en het scheenbeen (tibia). Beiden zijn aan elkaar verbonden met diverse kruisbanden. De knieschijf (patella) bevindt zich aan de voorzijde van het kniegewricht. Het gewricht bestaat uit 3 onderdelen:

– het mediale compartiment, de binnenste helft van de knie (1)
– het laterale compartiment, de buitenste helft van de knie (2)
– het patellofemorale compartiment, het deel achter de knieschijf (3)

knie2Het kniegewricht is omgeven door een kapsel met gewrichtsvloeistof welke het gewricht ‘smeert’. Kruisbanden binden het binnen- en buitendeel van het gewricht en kruisen ook binnen het gewricht. Deze kruisbanden zorgen voor stabiliteit en sterkte van het kniegewricht. Het kniegewricht bevat ook een meniscus. Dit C-vormige weefsel past tussen het dij- en scheenbeen en helpt het kniegewricht te beschermen en maakt het de botten mogelijk vrij op elkaar te schuiven.

Knieproblemen ontstaan ​​wanneer een of meerdere van de volgende onderdelen van het kniegewricht beschadigd of geïrriteerd raken:

1. Botten
– Het gedeelte van het dijbeen dat onderdeel is van het kniegewricht. Het ronde gedeelte aan het uiteinde van het bot draagt bij aan het glijden, rollen en het maken van draaibewegingen bij het buigen van de knie.
– De knieschijf. Deze articuleert met de patellagroef in het dijbeen.

2. Spieren
Belangrijke spieren die betrokken zijn bij het kniegewricht zijn de quadriceps en de hamstrings. De quadriceps ligt bovenop het dijbeen aan de voorkant van de knie waar de hamstrings zich aan de achterzijde van het dijbeen bevinden. Maar er zijn veel andere spieren betrokken bij het functioneren van het kniegewricht.

3. Kapsel
Het kapsel rond het kniegewricht heeft een taaie, vezelachtige buitenste membraan en een binnenste synoviale membraan, die gewrichtsvocht produceert. Deze vloeistof smeert het gewricht en voedt het kraakbeen welke de uiteinden van de botten in het gewricht bedekt.

4. Slijmbeurzen
Talrijke slijmbeurzen of kleine vocht blaasjes zijn als plooien in het kapsel aanwezig rond het kniegewricht. Ze bieden extra flexibiliteit aan het kniegewricht.

5. Gewrichtskraakbeen
Kraakbeen is een dun, elastisch bindweefsel dat door schokdemping het bot beschermt. Kraakbeen verzekert ook dat gewrichtsoppervlakken gemakkelijk over elkaar heen glijden wat in een soepele kniebeweging resulteert. Beschadiging van het gewrichtskraakbeen treedt meestal geleidelijk op door slijtage als gevolg van overbelasting en veroudering.

6. Meniscus (meniscus kraakbeen)
Meniscus kraakbeen is vezelig en rekbaar. Het scheidt de beenderen van de knie en treedt op als een schokdemper. Er bestaan twee C-vormige menisci in de knie – de mediale en de laterale meniscus.

7. Kruisbanden
Er zijn vier belangrijke kruisbanden die de botten van het kniegewricht bij elkaar houden. Dit zijn de voorste kruisband, de achterste kruisband, de mediale collaterale kruisband en de laterale collaterale kruisband. De kruisbanden rond het kniegewricht bieden stabiliteit door het beperken van bewegingen en, samen met een aantal menisci en slijmbeurzen, de bescherming van het gewrichtskapsel.

Meniscusscheur

De meniscus is een halvemaanvormige structuur aan de binnenzijde en aan de buitenzijde van de knie. De meniscus heeft een aantal belangrijk functies. Het is een belangrijke schokdemper. Tijdens het bewegen helpt het de voedingsstoffen te verdelen over de knie als een soort ruitenwisser. Na een ongeluk kan de meniscus scheuren. Op jongere leeftijd is hechten vaak mogelijk. Bij ouder worden raakt de meniscus langzaam haar elasticiteit kwijt en is hechten niet meer mogelijk.

Klachten zijn vaak scherp meestal aan de binnenzijde iets naar achteren. Soms verschiet er iets, een enkele maal schiet de knie echt op slot. Ook kunnen er zwikklachten optreden. Een scheur in de meniscus leent zich bij uitstek voor een artroscopische behandeling. De orthopedisch chirurg verwijdert het gescheurde deel van de meniscus of hecht het. Het deel dat intact is, blijft op zijn plaats. Bij verwijdering van de gehele meniscus kan namelijk slijtage optreden.

Instabiliteit

Instabiliteit van de knie is vaak het gevolg van een kapotte of niet goed werkende kruisband(en). Hierdoor ontstaat een ongecontroleerde beweging van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Dit merkt u doordat u minder op uw knie kan vertrouwen en erdoor heen zakt. Soms gaat dit gepaard met pijnklachten.

In het begin wordt de instabiliteit vaak alleen bemerkt tijdens het sporten of bij vermoeidheid. Maar vaak is het instabiele gevoel ook aanwezig tijdens normale activiteiten van het dagelijkse leven, zoals traplopen, lopen op ongelijke ondergrond of het stappen uit auto, tram of bus.

Als spiertraining, een brace of fysiotherapie niet helpen is onderzoek van de orthopedisch chirurg nodig. Als de knie lange tijd instabiel is kan er versnelde slijtage van de knie ontstaan. Er moet dan overwogen worden om middels een operatie de kapotte kruisband te vervangen. Dit gebeurt met een kijkoperatie waarbij met hamstringpezen een nieuwe kruisband gemaakt wordt.

Slijtage

De boteinden die in het gewricht samenkomen zijn bekleed met een laagje beschermend weefsel, het kraakbeen. Dit kraakbeen zorgt ervoor dat het gewricht soepel en pijnloos kan bewegen. Als het kraakbeen ‘wegslijt’, is er sprake van slijtage ofwel artrose.

knieclinic_slijtage

De behandeling is eerst niet-operatief met bijvoorbeeld fysiotherapie en medicijnen. Als dat niet voldoende helpt, is een kijkoperatie (arthroscopie) een optie in de wat minder ernstige situaties. Afhankelijk van de plaats en uitbreiding is een halve- of totale knie prothese een mogelijkheid.

Kijkoperatie (artroscopie)

De knie kan beschadigd raken door een ziekte of blessure. Dit zijn de meest voorkomende kniebeschadigingen die met een artroscopie kunnen worden behandeld:

– Losse stukjes bot of kraakbeen in de knie
– Scheurtjes of afwijkingen in meniscus of kraakbeen
– Ontsteking in het gewricht of de slijmvliezen
– Een combinatie van deze problemen.

Diagnose en onderzoek
Tijdens het eerste consult stelt de orthopedisch chirurg de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, het lichamelijk onderzoek, röntgenfoto’s en eventueel een MRI-scan.

Wat is een artroscopie?
Problemen aan de knie kunnen in veel gevallen behandeld worden door middel van een artroscopie. Een artroscopie is een chirurgische ingreep waarbij een gewricht, in dit geval de knie, wordt bekeken met behulp van een kleine camera. Een artroscopie geeft de orthopedisch chirurg een duidelijk beeld van de binnenkant van de knie. Dit ondersteunt het stellen van een diagnose en de behandeling van het knieprobleem.

Hiertoe maakt de orthopedisch chirurg gedurende operatie twee openingen in de huid van ongeveer een centimeter. Door de eerste opening brengt hij een artroscoop in het kniegewricht: een smalle buis van twee tot acht millimeter doorsnede, met een lichtvezelkabel en een minicamera. Deze geeft een beeld van het kniegewricht op een monitor in de operatiekamer. Via een aparte aan- en afvoeropening wordt het gewricht voortdurend gespoeld met een zoutwateroplossing. Daardoor zet de knie wat uit en kan de orthopeed een duidelijker beeld krijgen en makkelijker werken. Voor een helder beeld wordt het bloed uit het kniegewricht weggestreken, waarna het kniegewricht ’bloedleeg’ wordt gehouden met een opgepompte bloedleegteband om het bovenbeen. Door de tweede opening in de huid kan de orthopeed verschillende instrumenten invoeren, zoals kniptangetjes om kapot weefsel los te knippen of losse stukjes kraakbeen te verwijderen. De operatie duurt normaal ongeveer een half uur.

Een scheur in een meniscus wordt soms gehecht, mocht dit zo zijn dan zal de orthopedisch chirurg u achteraf informeren. Ook kan de orthopedisch chirurg een klein kraakbeendefect ‘opboren’: met een dun boortje worden dan gaatjes geboord in het bot onder het kraakbeendefect, waardoor bloedvaatjes vanuit het bot gemakkelijker in het kraakbeendefect kunnen groeien. Daarmee wordt herstel van het kraakbeen gestimuleerd. De nabehandeling van deze twee behandelingen is uitgebreider dan ‘standaard’. Het revalidatieproces zal dan 6 weken duren.

Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is volledig zonder risico’s. Gelukkig treden na een kijkoperatie vrij zelden ongewenste gevolgen op. Het volgende komt wel eens voor:

– Infectie van de knie, te herkennen aan roodheid van de wondjes met zwelling, toenemende pijn en koorts.
– Geïrriteerd gewrichtsslijmvlies. De knie blijft dan nog een paar weken dik. Soms is dan extra behandeling nodig door de fysiotherapeut of worden medicijnen voorgeschreven.
– Trombosebeen. Dit is een bloedstolsel in een beenader en zorgt voor pijn, vooral in de kuit. Preoperatief krijgt u al een Heparine injectie om dit risico te verkleinen. Heeft u al eens een trombosebeen gehad, vermeldt dit dan tijdig vooraf aan de orthopedisch chirurg
– Soms ontstaat er een bloeding in de knie, er ontstaat dan een zwelling en de knie wordt pijnlijk.
– Door beschadiging van een huidzenuw kan de huid plaatselijk wat dovig of juist extra gevoelig zijn. Dit herstelt zich meestal in de loop van enkele maanden.
– De bloedleegteband die strak om het bovenbeen heeft gezeten, kan na de operatie klachten geven, bijvoorbeeld een gevoel van kneuzing van het been, dit herstelt zich spontaan.

Voorste kruisband reconstructie

De knie is een gewricht dat een verbinding vormt tussen het bovenbeen en het onderbeen. Het gewricht kan buigen, strekken en glijden in voor- achterwaartse richting. Hierbij wordt het gewricht zwaar belast door uw lichaamsgewicht. Om deze belasting te kunnen weerstaan is het gewrichtsoppervlak bekleed met kraakbeen. De knie is verstevigd met een gewrichtskapsel en in- en uitwendige, zeer stevige banden.

De inwendige banden zijn verantwoordelijk voor de voor- en achterwaartse stabiliteit. Omdat zij elkaar kruisen heten ze kruisbanden. De voorste kruisband voorkomt te grote verschuiving naar voren van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Daarmee zorgt het voor een juiste positie van het gewricht bij lopen. Ook voorkomt de kruisband daarmee beschadiging aan het gewrichtskraakbeen.

Waarom een reconstructie?
Door een ongeval kan een voorste kruisband scheuren. Hierbij heeft u pijn, een dikke knie en een gevoel dat u door de knie zakt. Meestal wordt een revalidatie met fysiotherapie gestart nadat de eerste verschijnselen zijn afgenomen. In bepaalde gevallen lukt het met deze behandeling om de functie van de voorste kruisband te vervangen met de kracht van de bovenbeenspieren, de kruisband zelf geneest nooit, helaas lukt dit niet bij iedereen. Een groep patiënten houdt klachten van pijn, zwelling en instabiliteit die hinderlijk zijn in het dagelijkse leven (werk en/of sport). Deze patiënten hebben een instabiele knie. Ze hebben daardoor ook meer kans op vroege slijtage (artrose) van de knie. Deze groep patiënten komt in aanmerking voor een operatie waarbij de voorste kruisband wordt vervangen.

Diagnose en onderzoek
Tijdens het eerste consult stelt de orthopedisch chirurg de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, het lichamelijk onderzoek, röntgenfoto’s, mogelijk een MRI-scan en eventueel een arthroscopie (kijkoperatie).

Welke techniek en waarom?
In de KneeClinic gebruiken we twee standaardtechnieken voor het vervangen van de voorste kruisband. Beide technieken zijn in de loop van de tijd beproefd en laten gelijkwaardige en zeer goede resultaten zien.

– ‘Bone Tendon Bone’, afgekort BTB, vertaald “bot pees bot”, een techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van de kniepees is de eerste techniek die voorspelbaar goede resultaten liet zien. Er is veel ervaring opgedaan. Het middelste ⅓ deel van de pees onder de knieschijf wordt samen met botblokjes aan zijn uiteinden losgemaakt. Vervolgens wordt dit stukje pees met botblokjes opgespannen in geboorde kanalen in het boven- en onderbeen in dezelfde richting als de ‘oude’ kruisband liep. De botblokjes worden aan uw bot vastgeschroefd en groeien vast.

– ‘Hamstrings 4 bundeltechniek’, een techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van hamstrings (verzamelnaam voor drie spieren aan de achterzijde van het bovenbeen), is nieuwer. Ook met deze techniek zijn veel ervaringen opgedaan. De resultaten zijn vergelijkbaar met de kniepees techniek. Via een 4 cm lang sneetje net onder de knie worden 2 pezen (Semitendinosus en Gracilis) die u goed kunt missen, losgesneden over een lengte van 20 cm. Deze worden dubbel geklapt zodat er 4 bundels ontstaan. Deze worden in geboorde kanalen in het boven– en onderbeen vastgemaakt met speciale schroeven en groeien vast.

Keuze van techniek
De keuze van techniek hangt af van uw specifieke situatie en de voorkeur van de orthopedisch chirurg. Beide technieken worden op dit moment als Gouden Standaard aangemerkt.

Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is volledig zonder risico’s. Gelukkig treden na een reconstructie vrij zelden ongewenste gevolgen op. Het volgende kan voorkomen:

-Infectie van de knie, te herkennen aan roodheid van de wondjes met zwelling en toenemende pijn. Neem bij koorts contact op met de kliniek of met uw huisarts
– Geïrriteerd gewrichtsslijmvlies, de knie blijft dan nog een paar weken dik. Soms is dan extra behandeling nodig door de fysiotherapeut of worden medicijnen voorgeschreven
– Trombosebeen, dit is een bloedstolsel in een beenader en zorgt voor pijn, vooral in de kuit. Preoperatief krijgt u al een Heparine injectie (antistollingsmiddel) om dit risico te verkleinen. Heeft u al eens een trombosebeen gehad, vermeld dit dan tijdig voorafaan de orthopedisch chirurg
– Soms ontstaat een bloeding in de knie, deze gaat gepaard met zwelling en de knie wordt pijnlijk
– Door beschadiging van een huidzenuw kan de huid plaatselijk wat dovig of juist extra gevoelig zijn. Dit herstelt zich meestal in de loop van enkele maanden
– De bloedleegteband die strak om het bovenbeen heeft gezeten kan na de operatie klachten geven, bijvoorbeeld een gevoel van kneuzing van het been, dit herstelt zich spontaan
– Forse bloeduitstorting
– Late complicaties zoals een strekbeperking en hernieuwde instabiliteit kunnen optreden. Ook aanhoudende pijn rondom de knieschijf komt voor. Uw fysiotherapeut zal u adviseren om een controle afspraak in de kliniek te maken.

Halve knie prothese

De knie is een gewricht dat een verbinding vormt tussen het bovenbeen en het onderbeen. Het gewricht kan buigen, strekken en glijden in voor- achterwaartse richting. Hierbij wordt het gewricht zwaar belast door uw lichaamsgewicht. Om deze belasting te kunnen weerstaan is het gewrichtsoppervlak bekleed met kraakbeen. De knie is verstevigd met een gewrichtskapsel en in- en uitwendige, zeer stevige banden.

De inwendige banden zijn verantwoordelijk voor de voor- en achterwaartse stabiliteit. Omdat zij elkaar kruisen heten ze kruisbanden. De voorste kruisband voorkomt te grote verschuiving naar voren van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Daarmee zorgt het voor een juiste positie van het gewricht bij lopen. Ook voorkomt de kruisband daarmee beschadiging aan het gewrichtskraakbeen.

Waarom een reconstructie?
Door een ongeval kan een voorste kruisband scheuren. Hierbij heeft u pijn, een dikke knie en een gevoel dat u door de knie zakt. Meestal wordt een revalidatie met fysiotherapie gestart nadat de eerste verschijnselen zijn afgenomen. In bepaalde gevallen lukt het met deze behandeling om de functie van de voorste kruisband te vervangen met de kracht van de bovenbeenspieren, de kruisband zelf geneest nooit, helaas lukt dit niet bij iedereen. Een groep patiënten houdt klachten van pijn, zwelling en instabiliteit die hinderlijk zijn in het dagelijkse leven (werk en/of sport). Deze patiënten hebben een instabiele knie. Ze hebben daardoor ook meer kans op vroege slijtage (artrose) van de knie. Deze groep patiënten komt in aanmerking voor een operatie waarbij de voorste kruisband wordt vervangen.

Diagnose en onderzoek
Tijdens het eerste consult stelt de orthopedisch chirurg de diagnose aan de hand van de aard van de klachten, het lichamelijk onderzoek, röntgenfoto’s, mogelijk een MRI-scan en eventueel een arthroscopie (kijkoperatie).

Welke techniek en waarom?
In de KneeClinic gebruiken we twee standaardtechnieken voor het vervangen van de voorste kruisband. Beide technieken zijn in de loop van de tijd beproefd en laten gelijkwaardige en zeer goede resultaten zien.

– ‘Bone Tendon Bone’, afgekort BTB, vertaald “bot pees bot”, een techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van de kniepees is de eerste techniek die voorspelbaar goede resultaten liet zien. Er is veel ervaring opgedaan. Het middelste ⅓ deel van de pees onder de knieschijf wordt samen met botblokjes aan zijn uiteinden losgemaakt. Vervolgens wordt dit stukje pees met botblokjes opgespannen in geboorde kanalen in het boven- en onderbeen in dezelfde richting als de ‘oude’ kruisband liep. De botblokjes worden aan uw bot vastgeschroefd en groeien vast.

– ‘Hamstrings 4 bundeltechniek’, een techniek waarbij gebruik wordt gemaakt van hamstrings (verzamelnaam voor drie spieren aan de achterzijde van het bovenbeen), is nieuwer. Ook met deze techniek zijn veel ervaringen opgedaan. De resultaten zijn vergelijkbaar met de kniepees techniek. Via een 4 cm lang sneetje net onder de knie worden 2 pezen (Semitendinosus en Gracilis) die u goed kunt missen, losgesneden over een lengte van 20 cm. Deze worden dubbel geklapt zodat er 4 bundels ontstaan. Deze worden in geboorde kanalen in het boven– en onderbeen vastgemaakt met speciale schroeven en groeien vast.

Keuze van techniek
De keuze van techniek hangt af van uw specifieke situatie en de voorkeur van de orthopedisch chirurg. Beide technieken worden op dit moment als Gouden Standaard aangemerkt.

Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is volledig zonder risico’s. Gelukkig treden na een reconstructie vrij zelden ongewenste gevolgen op. Het volgende kan voorkomen:

-Infectie van de knie, te herkennen aan roodheid van de wondjes met zwelling en toenemende pijn. Neem bij koorts contact op met de kliniek of met uw huisarts
– Geïrriteerd gewrichtsslijmvlies, de knie blijft dan nog een paar weken dik. Soms is dan extra behandeling nodig door de fysiotherapeut of worden medicijnen voorgeschreven
– Trombosebeen, dit is een bloedstolsel in een beenader en zorgt voor pijn, vooral in de kuit. Preoperatief krijgt u al een Heparine injectie (antistollingsmiddel) om dit risico te verkleinen. Heeft u al eens een trombosebeen gehad, vermeld dit dan tijdig voorafaan de orthopedisch chirurg
– Soms ontstaat een bloeding in de knie, deze gaat gepaard met zwelling en de knie wordt pijnlijk
– Door beschadiging van een huidzenuw kan de huid plaatselijk wat dovig of juist extra gevoelig zijn. Dit herstelt zich meestal in de loop van enkele maanden
– De bloedleegteband die strak om het bovenbeen heeft gezeten kan na de operatie klachten geven, bijvoorbeeld een gevoel van kneuzing van het been, dit herstelt zich spontaan
– Forse bloeduitstorting
– Late complicaties zoals een strekbeperking en hernieuwde instabiliteit kunnen optreden. Ook aanhoudende pijn rondom de knieschijf komt voor. Uw fysiotherapeut zal u adviseren om een controle afspraak in de kliniek te maken.

Totale knie prothese

Bij de plaatsing van een totale knie prothese worden de versleten gewrichtsvlakken van de knie verwijderd en vervangen door duurzaam edelmetaal. U krijgt een nieuwe knie. De operatietechniek voor het plaatsen van een knieprothese ontwikkelt zich snel en wij als KneeClinic houden de vorderingen nauwlettend in de gaten. Het succespercentage van de plaatsing van een knieprothese is zeer hoog (>95%). De knieprothese is de meest geplaatste gewrichtsprothese in Nederlandse ziekenhuizen met meer dan tienduizenden per jaar. De orthopedisch chirurgen van de KneeClinic hebben jarenlange ervaring met het plaatsen van knieprotheses. Wij gebruiken de LCS prothese, omdat deze prothese zijn kwaliteit al vele jaren bij grote aantallen patiënten heeft bewezen.

Om verschillende redenen kan de orthopedisch chirurg uw kniegewricht vervangen door een knieprothese:
–  Door slijtage wordt de gladde kraakbeenlaag van de gewrichtsvlakken aangetast. Uiteindelijk kan het laagje kraakbeen helemaal verdwijnen. Hierdoor wordt het bewegen van uw knie steeds moeilijker en pijnlijker.

– Ook een scheefstand van een knie of een ernstige bewegingsbeperking kunnen redenen zijn om het kniegewricht te vervangen.

Wat kunt u verwachten?
De meeste mensen ervaren na de herstelperiode geen pijn meer en kunnen zich soepeler bewegen en bijvoorbeeld weer fietsen. Het nieuwe gewricht is een kunstgewricht, de knieprothese, waarvan de levensduur over het algemeen langer is dan 15 jaar. De prothese kan later eventueel vervangen worden. De orthopedisch chirurg zal dit met u bespreken.

Niet ziek
Zodra de operatie achter de rug is, bent u al snel weer op de been en zonder de pijn die u voor de operatie heeft ervaren. U bent dus niet ziek. Vanaf de tweede dag na de operatie hoeft u dan ook geen pyjama meer te dragen, maar makkelijk zittende kleding en schoeisel. Vanaf dit moment staan uw dagen in het teken van oefenen onder leiding van de fysiotherapeut en het zelfstandig herhalen van uw oefeningen.

Uw voorbereiding
-Ondanks de pijn is het van belang om zoveel mogelijk in beweging te blijven zoals een klein stukje lopen op vlak terrein of fietsen. Lange afstanden en lopen op ongelijk terrein (bos, strand) is niet verstandig.

-Het is belangrijk ervoor te zorgen dat uw lichaamsgewicht niet te hoog is. Een hoog lichaamsgewicht belast uw gewrichten extra. Ook geeft een hoog gewicht meer kans op problemen bij de operatie en het lopen met een loophulpmiddel is zwaarder.

-Op de operatiekamer beslist de operateur of het nodig is het operatiegebied te scheren. Het is belangrijk dat een week voor de operatie uw been/liezen niet geschoren worden.

– U kunt krukken halen bij een Thuiszorg organisatie bij u in de buurt. Vergeet niet uw krukken of eigen loophulpmiddel mee te nemen naar het ziekenhuis op de opnamedag.

– Een helping-hand is erg handig om spullen mee van de grond te rapen. Deze zijn te koop bij Thuiszorgwinkels.

– Als u huishoudelijke hulp na ontslag nodig denkt te hebben, vraag dit dan tijdig aan. Als u alleen woont, is het wellicht een idee te vragen of u na ontslag uit het ziekenhuis tijdelijk bij iemand kunt logeren, of dat iemand u thuis komt helpen.

– Vanaf de 2e dag na de operatie zullen wij u stimuleren gewone kleding aan te trekken en geen nachtkleding. Neem daarom makkelijk zittende kleding mee.

– Neem makkelijke zittende schoenen mee voor de looptraining na uw operatie. Uw voet zal na de operatie wat zijn opgezet. Een wat ruime (stevige) schoen, met zo min mogelijk hak, is het beste.

Hoe lang duurt de operatie?
De operatie duurt gemiddeld anderhalf uur. Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Gespecialiseerde verpleegkundigen zorgen dat u rustig bijkomt van de operatie. Met behulp van bewakingsapparatuur worden uw lichaamsfuncties gecontroleerd. Zodra u weer voldoende wakker bent en uw conditie stabile is, gaat u terug naar de afdeling.

Controle na ontslag
Als u met ontslag gaat, krijgt u een afspraak mee voor een controle bij de behandelend orthopedisch chirurg op de poli in de DC Lairesse.

Deze afspraak vindt ongeveer 14 dagen na de operatie plaats voor het verwijderen van de hechtingen. Ongeveer vier weken na deze afspraak komt u voor een controlefoto weer op de poli en bespreekt de orthopedisch chirurg met u het operatieresultaat.

Injecties om trombose te voorkomen
De avond na de operatie wordt gestart met injecties om trombose te voorkomen. Deze injecties gebruikt u tot 6 weken na de operatie. De trombosedienst hoeft hiervoor niet worden ingeschakeld. De verpleegkundige leert u en/of uw partner hoe u zelf deze injecties kunt geven.

Gebruikte u voor opname al trombosemiddelen?
Dan zal dit in de meeste gevallen worden voortgezet. U krijgt dan alleen de eerste paar dagen trombose-injecties, daarna schakelen wij u terug op de voor u ‘vertrouwde trombosemiddelen’.

Veelvoorkomende vragen
De meest voorkomende vragen met bijbehorende antwoorden zijn hieronder weergegeven. Wij kunnen ons voorstellen dat u nog meer vragen heeft. Mocht uw vraag na het lezen van dit onderdeel nog niet zijn beantwoord, neem dan gerust contact op met de KneeClinic.

– Wanneer mag ik weer douchen?
Als de wond volledig droog is, mag u weer douchen. Meestal is dit na een dag of 5. Direct na het douchen moet de natte pleister vervangen worden. Gebruik rond de wond geen zeepproducten.

– Hoe verzorg ik mijn wond?
Uw wond moet schoon en droog bijven. De huid rondom hechtingen/krammen kan er wat rood of geïrriteerd uitzien. Wanneer de hechtingen of krammen na veertien dagen verwijderd zijn bij ons in de KneeClinic, zal de roodheid langzaam afnemen. Let u er wel op dat er rond het wondgebied geen crème of lotion wordt gebruikt. Ook mag de wond niet worden gemasseerd.

– Hoe lang kan mijn knie pijnlijk blijven?
Na de operatie zult u merken dat de pijn geleidelijk minder wordt. Tot 3-4 maanden na de operatie treedt er nog steeds verbetering op. Pijn bij de eerste stappen kan nog een poosje aanhouden. Het betekent niet dat de prothese niet goed functioneert of los zit. Sommige mensen voelen een doffe pijn na lange wandelingen tot ongeveer een jaar na de operatie.

– Hoe lang blijft mijn knie dik?
De zwelling vermindet de eerste weken na het ontslag. De zwelling is meestal in de avond het grootst en neemt af wanneer u goed blijft oefenen. Het vermindert als u regelmatig uw been hoog legt.

– Hoe vaak moet ik oefenen?
Drie keer per dag 10 minuten oefenen is voldoende. Voer de oefeningen serieus uit, maar overdrijf het niet.

– Hoe lang moet ik gebruik maken van een loophulpmiddel?
U moet in ieder geval gebruik maken van een loophulpmiddel tot u bij de orthopedisch chirurg op controle bent geweest.

– Welke schoenen kan ik het beste aantrekken?
Het is verstandig om schoenen te dragen die vast aan de voet zitten en een lage en brede hak hebben. Draag de eerste 3 maanden geen hoge hakken of slippers.

– Waar moet ik op letten na de operatie?
Houd de eerste drie maanden na de operatie rekening met het volgende:
1. Leg geen kussen onder uw geopereerde knie

2. Vermijd extreme bewegingen.

3. Los staan kan en mag

4. Zwemmen kan en mag na ongeveer 8 weken, maar wel pas na overleg met de orthopedisch chirurg en fysiotherapeut.

– Hoe lang moet ik trombose-injecties gebruiken?
Tot 6 weken na de operatie

– Hoe lang moet ik de pijnmedicatie gebruiken?
De pijnmedicatie krijgt u voor 10 dagen voorgeschreven.

– Wanneer mag ik weer gaan autorijden?
Als u voldoende controle heeft over uw geopereerde been, kunt u na 3 maanden weer zelf gaan autorijden. Het is niet verstandig om te rijden wanneer u nog pijnmedicatie slikt of met krukken loopt. Raadpleeg uw orthopedisch chirurg en ook de polisvoorwaarden van uw verzekeringsmaatschappij. U mag wel meerijden.

– Wanneer mag ik weer fietsen?
Als u voor de operatie ook al regematig fietste, mag u ongeveer acht weken na de operatie weer gaan fietsen. U moet wel weer voldoende controle over uw been hebben en uw knie 95 tot 100 graden kunnen buigen. Gebruik een damesfiets vanwege de lage instap. We raden u aan eerst te oefenen op een hometrainer.

– Hoe ver kan ik mijn knie buigen?
Het gemiddelde is 110 graden, maar er is niets mis als dit niet helemaal lukt.

– Hoe lang blijft mijn knie warm voelen?
Uw knie kan 6 weken tot 12 weken na de operatie nog warm aanvoelen.

– Is het normaal dat mijn knie een klik-geluid maakt?
Dit is normaal en niet verontrustend. Ongeveer 70% van de mensen hoort dit geluid.

– Reageren detectiepoortjes op de prothese?
Dit is mogelijk. U krijgt na de operatie een kaartje waarop vermeld staat dat u een knieprothese heeft. U kunt dit kaartje overhandigen bij vragen bij de douane.

– Wanneer moet ik direct contact opnemen met de KneeClinic?
1. Als uw wond gaat lekken

2. Als uw wond of huid rond uw wond pijnlijk/rood en warm aanvoelt

3. Als u veel meer pijn krijgt

4. Als de pijnstillers onvoldoende werken